Zie ook: Pensioenscheiden

Homepage
Het doel van deze site
Waarom?

ABP tot 01.01.1996
Pensioenreglement

ABP Wet Privatisering

ABP vanaf 01.01.1996
Pensioenreglement

AMP tot en met 31.12.2000

NP Reglement Militairen

DGA Eigen Beheer
Regeling 23.12.1994
Voorwaardenbesluit

Eindloon
Art 8 lid 3 of art 8 lid 2

Gem. leeftijdsverwachting
Mannen
Vrouwen
Sekseneutraal

Middelloon
Altijd hoger dan de toezegging

Pagina 2
PSW artikelen scheiding
Regelen VZI Ovk PSW

Pagina 2a
Regeling voor berekening in geval
van waarde-overdracht

Wet VPS vanaf 01.05.1995

Wet VPS vanaf 01.07.2022

Pagina 3a
Burgerlijk Wetboek

Pagina 4
PW artikelen scheiding

PW vanaf 2023.01.01
PW vanaf 2023.07.01

Pagina 6
Metalektro tot 1993

Pagina 7
Metalektro vanaf 1993

Pagina 8
Begrippenlijst

Pagina 9
Indexeringspercentages
vanaf 01.01.1982
- ABP faktoren
- BPF Bouw
- KPN
- PME
- PMT
- SPF

Pagina 9a
- Smurfit Kappa
- PMA
- Koopvaardij
- Horeca en Catering

Pagina 9b
Indexering act deelnemers
- SK
- PMT
- PME
- ZW
- HR
- Bouw
- SPN
- ABP
- BW

Pagina 9c
Indexering
Wettelijke alimentatie

Pagina 10
Pensioensystemen
Financieringssystemen

Pagina11
Belangrijke wetswijzigingen

Pagina 13
AOW cijfers vanaf 1980
Wettelijk rente
Soc. Wet. Min. Loon
Ingang AOW op

Pagina 14
Wet VPS mbt berekening voor 1 mei 1995, gewijzigd in 2006

Pagina 15
Wetten mbt vrijstelling BPF
Wet van 17.03.1949
Beschik. Staats 15.08.1988
Vrijstellingsregeling Wet BPF

Tarieven

Rekenrente 4%

Rekenrente 2%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pensioen- en SpaarfondsenWet ( na laatste wijziging Stb 1997, 660)

Artikel 1 - Definities
f - werknemer: ieder, die indienst van een onderneming is
g - deelnemer: ieder, ten bate van wie gelden in een fonds als bedoeld onder b, c of d worden
bijeengebracht, tenzij die uitsluitend worden bijeengebracht ter uitvoering van artikel 8, vierde lid.
i. - Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
j. - Verzekeringskamer: de Verzekeringskamer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezivht
verzekeringsbedrijf 1993
k.- nabestaandenpensioen: weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen

Artikel 2 - Een werkgever, die aan personen, verbonden aan zijn onderneming, toezeggingen omtrent pensioen doet of voor de inwerkingtreding van dit artikel gedaan heeft, is verplicht ter uitvoering daarvan:
a. hetzij toe te treden tot een bedrijfstakpensioenfonds
b. hetzij aan de onderneming een ondernemingspensioenfonds te verbinden
c. hetzij voorzieningen te treffen overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid; een en ander met inachtneming van het bepaalde in deze wet

Artikel 2 - Pensioen buiten de onderneming

Artikel 2.1 - Een werkgever, die aan personen, verbonden aan zijn onderneming toezeggingen omtrent pensioen doet of voor de inwerkingtreding van dit artikel gedaan heeft, is verplicht ter uitvoering daarvan:
a. hetzij toe te treden tot een bedrijfspensioenfonds;
b. hetzij aan de onderneming een ondernemingspensioenfonds te verbinden;
c. hetzij voorzieningen te treffen overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid: een en ander met inachtneming van de bepalingen van deze wet

Artikel 2.2 - Tenzij het tegendeel uitdrukkelijk blijkt, wordt een werkgever geacht aan een persoon, als bedoeld in het vorige lid, een toezegging gedaan te hebben, indien die persoon behoort tot een groep van personen, voor wie in de onderneming een regeling betreffende pensioenen geldt.

Artikel 2.4 - Voorzieningen, als bedoeld in het eerste lid , onder c, kan een werkgever treffen door:
B. verzekeringsovereenkomsten, te sluiten met een verzekeraar
2.4.1 -die in het bezit is van de ingevolge artikel 24, eerste lid van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste vergunning of heeft voldaan aan de ingevolge artikel 37 of 38 van die wet vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland of -
2.4.2 - die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in de artikelen 1 1 1, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid, 1 1 3, eerste of vierde lid, 1 1 6, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid, of 1 1 8, tweede of vijde lid, van genoemde wet indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft.

C. er voor te zorgen, dat personen, verbonden aan zijn onderneming, daartoe door hem geheel of ten dele in staat gesteld, zelf overeenkomsten als onder B bedoeld sluiten.

Onze Minister stelt regelen vast met betrekking tot het geval een werkgever zijn toezegging uitvoert of heeft uitgevoerd door het treffen van voorzieningen, bedoeld in dit lid, onder B en C. Deze regelen moeten waarborgen, dat de positie van betrokkenen met inachtneming van de aard van die voorzieningen niet beter of slechter is dan bij uitvoering van de toezegging op een van de andere wijzen voorzien in het eerste lid. Bedingen, die in strijd zijn met de regelen, zijn nietig.

Artikel 2.5 - Een werkgever is gehouden ervoor zorg te dragen dat degene, aan wie hij de uitvoering van de pensioentoezegging heeft toevertrouwd, de overeengekomen bijdragen ontvangt.

Artikel 2a - Verbod op discriminatie van deeltijdwerkers

Artikel 2a.1 - Ingeval een werkgever een toezegging omtrent pensioen doet, mogen personen verbonden aan zijn onderneming, niet worden uitgesloten van deelneming aan de betreffende pensioenregeling vanwege het minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam zijn.
Artikel 2a.2 - Indien als voorwaarde, voor toetreding tot de pensioenregeling een minimum loongrens wordt gesteld, wordt voor de toepassing van die loongrens het loon van een persoon die minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam is, herleid naar het loon dat ingeval van een volledig arbeidstijd zou zijn verkregen.
Artikel 2a.3 - Bij de vaststelling van aanspraken op ouderdoms-, weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen worden aan personen die minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam zijn ten minste pensioenaanspraken verleend naar evenredigheid van de aanspraken die ingeval van een volledige arbeidstijd zouden zijn verkregen.

Artikel 5 lid 4

Artikel 7a
De opbouw en de financiering van de pensioenaanspraken vinden gedurende het deelnemerschap ten minste evenredig in de tijd plaats

Artikel 8 - Premievrije aanspraak bij beeindiging van de deelneming

Art 8.1-

Degene, die aan een pensioenfonds heeft deelgenomen, verkrijgt, tenzij het bepaalde in het tiende lid toepassing vindt, bij het eindigen van zijn deelneming anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een voor hem premievrije aanspraak op ouderdomspensioen en weduwen- of weduwnaarspensioen dan wel partnerpensioen, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.

Noot PensioenScheiden 31.08.2023 16.37: Onder partnerpensioen wordt duidelijk het pensioen bedoeld dat toekomt aan een samenwonende deelnemer. Naar mijn mening dient het ABP vanaf 1 januari 1996 dezelfde terminologie te hanteren als vastgelegd in de PSW.

Noot PS 03.09.2020 15.16: Onder premievrije aanspraak wordt dus verstaan dat de werknemer geen premie meer is verschuldigd, dus ook als het ouderdomspensioen nog niet is volgestort!

Art 8.2 - Met ingang van 1 augustus 1987!

Het Pensioenfonds stelt bij beëindiging van de deelneming de hoogte vast van een evenredig ouderdomspensioen. Daaronder wordt verstaan het verschil tussen het ouderdomspensioen dat de gewezen deelnemer zou hebben gekregen als hij zou hebben deelgenomen tot de pensioengerechtigde leeftijd en het ouderdomspensioen dat hij zou hebben gekregen als hij zou hebben deelgenomen vanaf het tijdstip waarop zijn deelneming eindigde tot de pensioengerechtigde leeftijd. Bij de berekening bedoeld in de vorige volzin wordt, voor wat betreft de gegevens die voor de vaststelling van de pensioenaanspraken van belang zijn, uitgegaan van die gegevens, zoals deze gelden op het tijdstip waarop de deelneming is geeindigd.

Art 8.3

De gewezen deelnemer verkrijgt bij beëindiging van de deelneming ten minste een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen op de voet van de tot dan door en voor hem betaalde en uit hoofde van artikel 2, zesde lid, nog verschuldigde bedragen naarmate de voor pensioeningang vereiste duur van de deelneming is verstreken.

Toelichting: Als de premievrije aanspraken op basis van de door en voor deelnemer betaalde premie hoger is dan de hoogte van het evenredig ouderdomspensioen behoudt de deelnemer de hogere aanspraken.

Noot 02.05.2020 11.59: Zie blz. 489 PensioenMemo* 2007. Uitgever Kluwer bv - Deventer: De gewezen deelnemer verkrijgt bij beëindiging van de deelneming in beginsel ten minste een voor hem premievrije aanspraak op een tijdsevenredig ouderdomspensioen (artikel 8, tweede lid, PSW; artikel 9, tweede lid, Regelen PSW). Indien er meer gefinancierd is dan nodig is om een tijdsevenredig ouderdomspensioen mee te geven, heeft de deelnemer recht op dat meerdere, tenzij in de pensioentoezegging de aanspraak gemaximeerd is tot de evenredige aanspraak op pensioen bij ontslag. In artikel 8, eerste lid, PSW; artikel 9 eerste lid, Regelen PSW is daarom vastgelegd dat op een premievrije aanspraak altijd recht bestaat.

Noot 04.05.2020 11.45: Zie blz 489 PensioenMemo 2007. Uitgever Kluwer bv - Deventer
De evenredige aanspraak op ouderdomspensioen is voor de deelnemer premievrij. Dat betekent dat de gewezen deelnemer geen financiële verplchtingen meer heeft indien de premievrije aanspraak moet worden bijgefinancierd tot een evenredige pensioenaanspraak. De verplichting tot bijfinanciering rust dan op het pensioenfonds respectievelijk de werkgever. Van het recht op financiering van de premievrije aanspraak op ouderdomspensioen naar een evenredig ouderdomspensioen kan geen afstand worden gedaan door de deelnemer. Een dergelijke handling is in strijd met artikel 32, vierde lid, PSW.

Pensioenmemo*
:
Onder redactie van prof.dr. G.J.B. Dietvorst, prof.dr. P.M.C. de Lange en prof.dr. W.M.A. Kalkman

Noot 19.04.2020 21.13:
Hand . II 1986/1987 blz320/3321: Minister de Graaf van SZW: Voor de goede orde wil ik met betrekking tot de interpretatie van artikel 8, derde lid van de Pensioen- en Spaarfondsenwet, zoals die na wijziging hoop ik komt te luiden, nog een opmerking maken. Mij is gebleken dat in de praktijk hier over enige onzekerheid bestaat. De bij tussentijdse beëindiging van het deelnemerschap te verwerven premievrije aanspraak op ouderdomspensioen mag reglementair beperkt worden tot een tijdsevenredige aanspraak. In geval bij beëindiging van de deelneming meer is gefinancierd dan nodig is voor een tijdseveneredige aanspraak, dus als er als het ware een financieringsvoorsprong is, dan is er voor een aftoppong tot het niveau van een tijdsevenredige aanspraak geen ontheffing nodig. De heren Linschoten en Paulis hebben nog aandacht gevraagd voor het beleid inzake ontheffing van de nieuwe norm van evenredigheid. In de memorie van toelichting, is al vermeld dat de SER (Advies van 25 oktober 1985 no 85/22) een aantal gevallen heeft genoemd waarin een ontheffing gewenst kan zijn. Wat de SER in dit kader heeft opgemerkt, komt mij in algemene zin redelijk voor. Volledigheidshalve merk ik echter op dat het bij een ontheffing steeds gaat om een concrete situatie, waarover steeds afzonderlijk advies moet worden gevraagd van de Verzekeringskamer.Met alle omstandigheden van het geval moet rekening worden gehouden. Ik vertrouw erop dat dit antwoord inzicht geeft in de richting waarin het beleid zal gaan.

Noot 19.04.2020 21.32: Uit bovenstaande blijkt nogmaals, dat het eigenlijk de bedoeling was dat als de aanspraken op basis van de voor en door werknemer betaalde bedragen hoger uitpakten, dan op basis van evenredigheid, de aanspraken zich zouden beperken tot maximaal de evenredige uitspraken. Uiteindelijk is 't em dat niet geworden. Als de aanspraken uit artikel 8 lid 3 hoger zijn, dan de aanspraken op basis van artikel 8 lid 2, prevaleren de hogere aanspraken uit artikel 8 lid 3!

Art 8.4

Wanneer de premievrije aanspraak op ouderdomspensioen, verkregen op grond van het derde lid, minder bedraagt dan het evenredige ouderdomspensioen, vastgesteld op grond van het tweede lid, wordt het verschil verdeeld in zoveel gelijke delen als er kalendermaanden liggen in het tijdvak tussen de datum, waarop de deelneming eindigt, en de datum, waarop het ouderdomspensioen ingaat. Tijdens bedoeld tijdvak verkrijgt de gewezen deelnemer telkens op de eerste dag van elke kalendermaand recht op verhoging van zijn premievrije aanspraak op ouderdomspensioen met één van de gelijke delen bedoeld in de eerste volzin. Indien na de beeindiging van de deelneming de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat wordt vervroegd, wordt de berekening voor het alsdan overblijvende deel van het verschil opnieuw uitgevoerd.Het verschil bedoeld in de eerste volzin mag ook sneller worden verminderd dan voortvloeit uit de tweede of derde volzin.

Het bepaalde in dit lid is n.v.t. ingeval van afkoop als bedoeld in artikel 32b.

Toelichting 1: Als er bij ontslag/scheiding een achterstand in de financiering was, mocht de werkgever tot 2000 die echterstand inlopen tot de pensioendatum. De achterstand in financiering tast de rechten niet aan. Ingeval van scheiding dient in ieder geval uitgegaan te worden van een volledig (fictief afgefinancierd) ouderdomspensioen.

Voor werkgevers waar de backservice op 1 januari 2000 nog niet volledig was afgefinancierd kon sprake zijn van een overgangsregeling waarbij uitstel kon worden verleend tot uiterlijk 1 januari 2010.
De Nederlandsche Bank (DNB) kon zelfs een langere periode toestaan doch nooit langer dan 15 jaar, dus uiterlijk tot 1 januari 2015. Bron: The Question Library.

Toelichting 2: Als sprake is van waarde-overdracht mag artikel 8 lid 4 niet toegepast worden, maar dient meteen volledig afgefinancierd te worden.

Art 8.5

Indien een weduwen- of weduwnaarspensioen respectievelijk een partnerpensioen is toegezegd, verkrijgt de gewezen deelnemer bij beeindiging van de deelneming ten behoeve van zijn echtgenoot respectievelijk zijn partner een door het pensioenfonds naar redelijkheid vast te stellen premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen respectievelijk partnerpensioen.

Art 8.6 - Informatie

Het pensioenfonds verstrekt de gewezen deelnemer bij beeindiging van de deelneming een opgave bevattende de hoogte van de premievrije aanspraken als bedoeld in het derde en vijde lid, alsmede van het evenredig ouderdomspensioen als bedoeld in het tweede lid, indien dat hoger is dan de premievrije aanspraak als bedoeld in het derde lid.

Artikel 8.7 - Indexatie - Ingegane pensioenen

Indien een instelling of persoon op ingegane ouderdomspensioenen van personen die tot de ingang van hun pensioen aan de regeling van het pensioenfonds hebben deelgenomen toeslagen, hoe ook genaamd, verleent, heeft de gewezen deelnemer die aan dezelfde regeling van dat fonds heeft deelgenomen er jegens de instelling of persoon recht op dat hem op zijn ingegaan pensioen overeenkomstige toeslagen worden verleend met ingang van dezelfde uitgangspunten. Een overeenkomstig recht op gelijke behandeling heeft zijn weduwe of weduwnaar voor wat betreft toeslagen op weduwen- of weduwnaarspensioen.

De partner van een gewezen deelnemer na diens overlijden heeft eveneens een overeenkomstig recht op gelijke behandeling voor wat betreft toeslagen op zijn partnerpensioen.

Artikel 8.8 - Indexatie - Premievrije pensioenen

Indien een instelling of persoon op ingegane ouderdomspensioenen van personen die tot de ingang van hun pensioen aan de regeling van het pensioenfonds hebben deelgenomen toeslagen, hoe ook genaamd, verleent, heeft de gewezen deelnemer die aan dezelfde regeling van dat fonds heeft deelgenomen er jegens de instelling of persoon recht op dat hem op zijn premievrije aanspraak op ouderdomspensioen overeenkomstige toeslagen worden verleend met ingang van dezelfde uitgangspunten. Een overeenkomstig recht op gelijke behandeling heeft de gewezen deelnemer voor wat betreft toeslagen op zijn premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen.

De gewezen deelnemer heeft eveneens een overeenkomstig recht op gelijke behandeling voor wat betreft toeslagen op zijn premievrije aanspraak op partnerpensioen.

Artikel 8a Premievrije aanspraak bij scheiding

Art 8a.1

Indien het huwelijk van een deelnemer eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, verkrijgt zijn gewezen echtgenoot een zodanige premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen, als de deelnemer ten behoeve van de gewezen echtgenoot zou hebben verkregen, indien op het tijdstip van echtscheiding of van de ontbinding van het huwelijk zijn deelneming zou zijn geeindigd.

Art 8a.2

Indien het huwelijk van een gewezen deelnemer eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, verkrijgt zijn gewezen echtgenoot een zodanige premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen, als de gewezen deelnemer ten behoeve van die gewezen echtgenoot heeft verkregen bij het eindigen van zijn deelneming.

Art 8a.4 - Informatie

Het fonds verstrekt aan de gewezen echtgenoot van de deelnemer of gewezen deelnemer een bewijs van diens aanspraak.

Art 8c.1

De aanspraak op ouderdomspensioen van een deelnemer of gewezen deelnemer kan zonder toestemming van diens echtgenoot niet bij overeenkomst tussen die deelnemer of gewezen deelnemer en het pensioenfonds of de werkgever worden verminderd anders dan bij afkoop zoals voorzien bij of krachtens de wet, tenzij de echtgenoten het recht op pensioenverevening ingevolge de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding hebben uitgesloten.

Art 8c.2

De aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen ten behoeve van de echtgenoot van een deelnemer of gewezen deelnemer kan zonder toestemming van die echtgenoot niet bij overeenkomst tussen de deelnemer en het pensioenfonds of de werkgever worden verminderd anders dan bij afkoop zoals voorzien bij of krachtens deze wet.

Art 8c.3

Elk beding, strijdig met het bepaalde in het eerste en tweede lid, is nietig.

Art 9
De echtgenoten , het uitvoeringsorgaan en de werkgever zijn gehouden desgewenst elkaar over en weer die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de rechten en verplichtingen die uit deze wet voortvloeien.


Artikel 17a Overgangsbepalingen
Onverminderd het bepaalde in artikel 8, zesde lid, verstrekt het bestuur van een pensioenfonds op verzoek aan de deelnemer en gewezen deelnemer binnen drie maanden een opgave van de hoogte van de opgebouwde aanspraken. Het fonds kan een vergoeding vragen van de aan de opgave verbonden kosten.

Artikel 22 Verzekeringskamer

Artikel 32.4
Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid, de artikelem 32a en 32b en het bepaalde krachtens artikel 2, vierde lid, kan pensioen of een aanspraak op pensioen slechts worden afgekocht in bij ministeriële reling aan te wijze gevallen.

Artikel 32.5
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid heeft zowle het pensioenfonds of de verzekeraar zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van het pensioenfonds of de verzekeraar het recht tot afkoop van het pensioen, indien het pensioen op het tijdstip van ingang een bedrag van hfl 666,31 niet te boven gaat. De afkoopsom wordt ter hand gesteld aan de rechthebbende. In het geval de rechthebbende zich in het buitenland heeft gevestigd, geldt voor het in de eerste volzin genoemde bedrag het tweevoudige en is het pensioenfonds of de verzekeraar op verzoek van de rechthebbende verplicht voor het tijdstip van ingang aanspraken op pensioen af te kopen.

Artikel 32.6
Het bedrag, genoemd in het vorige lid, wordt bij ministriële regeling telkens herzien met ingang van 1 januari met hetzelfde percentage waarmee de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals dat wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, over de maand oktober daaraan voorafgaande naar boven of beneden afwijkt van die index over de maand oktober van het jaar voorafgaande aan de eerstgenoemde maand oktober.

Artikel 32c
Ingeval het bepaalde in artikel 5 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding toepassing vindt is het bepaalde bij of krachtens deze wet van overeenkomstige toepassing op het eigen recht op pensioen an de tot verevening gerechtigde echtgenoot.

Art 33 Kantonrechter bevoegd
Van burgerlijke rechtsvorderingen ter Zake van deelnemeing in en uitkering uit een fonds, waarop deze wet van toepassing is, neemt de kantonrechter kennis.

RB. Oost-Brabant 29 januari 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:446,PJ 2014/199

Artikel 34
Inlichtingen uit de basisadministratie persoonsgegevens en inlichtingen en uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand, welke met het oog op de deelneming in of uitkering uit een fonds, waarop deze wet van toepassing is, ten behoeve van de deelnemers en gewezen deelnemers van een zodanig fonds worden gevraagd, zijn vrij van leges.

Regelen verzekeringsovereenkomsten PSW

Artikel 3 Begunstiging

1. Begunstigde(n) in de verzekeringsovereenkomsten zijn: - voor de toegezegde ouderdoms- en invaliditeitsvoorzieningen: de verzekerde; - voor de toegezegde weduwen-, weduwnaars- of partnervoorziening al Haar gelang de aard van de voorziening: de verzekerde dan wel diens echtgenoot of partner;

2. Mits de verzekeraar daarmee instemt kan worden bepaald dat in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij echtscheiding respectievelijk scheidng van tafel en bed diens gewezen echtgenoot respectievelijk diens echtgenoot wordt aangewezen als begunstigde voor het geheel of een deel van de toegezegde ouderdomsvoorziening.

Artikel 4 Beperking aansprakelijkheid

1. De verzekeringnemer verstrekt de verzekeraar de financiele middelen alsmede de inlichtingen, die deze nodig heeft om de verpichtingen te kunnen nakomen die ingevolge deze regeling op hem rusten.

2. De verzekeraar is niet aansprakelijk voor een verzuim van de verzekeringnemer wat betreft de verplichtingen die op d laatste rusten ingevolge het eerste lid.

Artikel 5 Actuariële berekening

De actuariële methoden, volgens welke de berekening van pemievrije waarden en afkoopwaarden geschiedt, dienen aan de Verzekeringskamer te worden meegedeeld. Die methoden mogen worden toegepast zoalng de Verzekeringskamer daartegen geen bezwaar heeft gemaakt.

Artikel 9 Tussentijds ontslag

1. De verzekerde ontvangt, wanneer hij ophoudt aan de onderneming verbonden te zijn anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, tenzij artikel 15 van toepassing is, een voor hem premievrije aanspraak op ouderdomspensioen en weduwen- of weduwnaarspensioen dan wel partnerpensioen met inachtneming van de volgende leden.
2. De verzekeraar stelt, wanneer het verbonden zijn aan de onderneming eindigt, de hoogte vast van een evenredig ouderdomspensioen. Daaronder wordt verstaan het verschil tussen het ouderdomspensioen dat de verzekerde zou hebben gekregen als hij aan de onderneming verbonden zou zijn geweest tot aan de pensioengerechtigde leeftijd en het ouderdomspensioen dat hij zou hebben verkregen als hij verzekerd zou zijn geweest vanaf het tijdstip waarop het verbonden zijn aan de onderneming eindigde tot de pensioengerechtigde leeftijd. Bij de berekening bedoeld in de vorge volzin wordt, voor wat betreft de gegevens die voor de vaststelling van de pensioenaanspraken van belang zijn, uitgegaan van die gegevens zoals deze gelden op het tijdstip waarop het verbonden zijn aan de onderneming is geëindigd.
3.De verzekerde verkrijgt, wanneer het verbonden zijn aan de onderneming eindigt, ten minste een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen op de voet van de tot dan door en voor hem betaalde en uit hoofde van artikel 2 zesde lid, van de wet nog verschuldigde bedragen voor ouderdomspensioen naarmate de voor pensioeningang vereiste duur van de verzekering is verstreken.
4. Wanneer de premievrije aanspraak op ouderdomspensioen, verkregen op grond van het derde lid, minder bedraagt dan het evenredig ouderdomspensioen, vastgesteld op grond van het tweede lid, wordt het verschil verdeeld in gelijke delen als er kalendermaanden liggen in het tijdvak tussen de datum, waarop het verbonden zijn aan de onderneming eindigt, en de datum, waarop het ouderdomspensioen ingaat. Tijdens bedoeld tijdvak verkrijgt de verzekerde telkens op de eerste dag van elke kalendermaand recht op verhoging van de premievrije aanspraak op ouderdomspensioen met een van de gelijke delen bedoeld in de eerste volzin. Indien na de datum, waarop het verbonden zijn aan de onderneming eindigde, de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat wordt vervroegd, wordt de berekening voor het alsdan overblijvende deel van het verschil opnieuw uitgevoerd. Het verschil bedoeld in de eerste volzin mag ook sneller worden verminderd dan voortvloeit uit de tweede of derde volzin. Dit lid is niet van toepassing ingeval van afkoop als bedoeld in artikel 16a.

Artikel 10 Pensioenaanspraak gewezen echtgenoot van verzekerde bij ontbonden huwelijk
10.1 Indien het huwelijk van een verzekerde eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, verkrijgt zijn gewezen echtenoot een zodanige premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen, als de verzekerde ten behoeve van de gewezen echtgenoot zou hebben verkregen, indien de verzekerde op het tijdstip van de echtscheiding zou zijn opgehouden aan de onderneming verbonden te zijn anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd

 

Artikel 13 Bewijsstuk en opgave
13.1 De verzekeraar verstrekt een bewijsstuk ter zake van de bestaande aanspraken aan:
a. de verzekerde bij he bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd
b. de verzekerde bij het premievrijmaken van de verzekering anders dan in het geval van het ophouden aan
de onderneming verbonden te zijn
c. degenen, die rechthebbenden zijn op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen
d. de gewezen echtgenoot, als in artikel 10 bedoeld
13.2 De verzekeraar verstrekt ten behoeve van elke verzekerde aan de verzekeringnemer en vervolgens jaarlijks schriftelijk een opgave waarin in ieder geval de hoogte van de verzekerde bedragen wordt vermeld alsmede bij de aanvang van de verzekering en voorts indien en voor zover gewijzigd schriftelijk een opgave van het systeem van financiering daarvan
13.3 De verzekeraar verstrekt de verzekerde bij het ophouden van de onderneming verbonden te zijn schriftelijk een opgave ter zake van de premievrije aanspraken als bedoeld in het derde en vijfde lid van artikel 9, als mede een opgave van het evenredig ouderdomspensioen als bedoeld in het tweede lid van artikel 9, indien dat hoger is dan de premievrije aanspraak als bedoeld in het derde lid van dat artikel.

Laatstelijk aangepast: 08.05.2021