Zie ook: Pensioenscheiden

Homepage
Het doel van deze site
Waarom?

Pagina 2
PSW artikelen scheiding

Pagina 3
Wet VPS vanaf 01.05.1995

Pagina 3a
Burgerlijk Wetboek

Pagina 4
PW artikelen scheiding

Pagina 5
ABP t/m 31.12.1995

Pagina 6
Metalektro tot 1993

Pagina 7
Metalektro vanaf 1993

Pagina 8
Begrippenlijst

Pagina 9
Indexeringspercentages
vanaf 01.01.1982
- ABP faktoren
- BPF Bouw
- KPN
- PME
- PMT
- SPF

Pagina 9a
- Smurfit Kappa
- PMA
- Koopvaardij
- Horeca en Catering

Pagina 9b
Indexering act deelnemers
- Smurfit Kappa
- PMT
- PME

Pagina 9c
Indexering
Wettelijke alimentatie

Pagina 10
Pensioensystemen
Financieringssystemen

Pagina11
Belangrijke wetswijzigingen

Pagina 13
AOW cijfers vanaf 1980
Wettelijk rente
Soc. Wet. Min. Loon

Pagina 14
Wet VPS mbt berekening voor 1 mei 1995

Pagina 15
Wetten mbt vrijstelling BPF
Wet van 17.03.1949
Beschik. Staats 15.08.1988
Vrijstellingsregeling Wet BPF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PensioenWet. Wet van 7 december 2006, zoals deze wet laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 18 juli 2009, Stb 327.

Definities

Art 1.1 Begripsbepalingen

Bijzonder partnerpensioen: de aanspraak op partnerpensioen die op grond van artikel 57, eerste, tweede of derde lid, verkregen wordt door de gewezen partner.

Scheiding: echtscheiding, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, beeindiging van een geregistreerd partnerschap

Partner: Partner in de zin van de pensioenovereenkomst. De sociale partners bepalen zelf welk ongehuwden in aanmerking komen voor partnerpensioen.

Partnerrelatie: Met deze definitie worden de mogelijke relaties benoemd waaruit de verschillende soorten partners voorkomen.

Toeslag: Toeslag is pensioen. In de definitie wordt geen onderscheid gemaakt tussen een voorwaardelijke of een onvoorwaardelijke verhoging. Onder toeslag wordt niet verstaan een individuele verhoging van de aanspraak op een kapitaal door middel van rente-of winstdeling. Ook behaald beleggingsrendement wordt niet als toeslag gezien. Als opgebouwd pensioen in de verstreken jaren wordt verhoogd, wordt dit als toeslag gezien.

Art 4 Gedeeltelijke toepasselijkheid bij pensioenverevening (miv 01.01.2007)

Op een pensioenaanspraak die of een pensioenrecht die een tot verevening gerechtigde echtgenoot of gereistreerde partner op grond van artikel 5 van de Wet VPS verwerft, zijn de artikelen 58,61,71 t/m 80, 85 t/m 90 niet van overeenkomstige toepassing.

Toelichting: In het geval van conversie krachtens art 5 van de Wet VPS verandert de bestemming van (een deel van ) het ouderdomspensioen. Op de pensioenaanspraak zijn in beginsel alle bepalingen van de Pensioenwet van toepassing. Het ouderdomspensioen of een deel daarvan mag niet omgezet worden door de vereveningsgerechtigde in partnerpensioen.
Het pensioen mag eveneens niet overgedragen worden naar een andere verzekeraar.

Art 8 lid 3 Bescherming deeltijder

Bij de vaststelling van aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen worden aan werknemers die minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam zijn, pensioenaanspraken verleend naar evenredigheid van de pensioenaanspraken die ingeval van een volledige arbeidstijd zouden zijn verkregen.

Art 13 Verlenen van toeslagen

In de pensioenovereenkomst wordt bepaald of er toeslagen worden verleend en, zo ja, wat het ambitieniveau is en welke voorwaarden gelden bij de toeslagverlening.

Toelichting: De wettelijke term voor indexatie wordt toeslag genoemd.

Overgangsrecht: Dit artikel is voor pensioenfondsen op 1 januari 2008 en voor verzekeraars op 1 januari 2009 in werking getreden.

Art 16 Nadere eisen partnerpensioen

Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een partnerpensioen ten behoeve van een partner met wie de deelnemer niet gehuwd is, noch een geregistreerd partnerschap heeft, gelden voor deze partner ten aanzien van de vaststelling van het partnerpensioen dezelfde rechten en plichten als voor een gehuwde of geregistreerde partner

Toelichting: In de praktijk worden soms strengere eisen gesteld, zoals een notarieel verleden samenlevingskontrakt. Op basis van deze wet hoeft deze eis niet gesteld te worden.

Art 17 Evenredige verwerving pensioenaanspraken

De verwerving van pensioenaanspraken in het kader van een uitkeringsovereenkomst of een kapitaalovereenkomst vindt gedurende de deelneming ten minste evenredig in de tijd plaats.

Art 41 Verstrekken informatie aan gewezen partner bij scheiding (miv 0.01.2008)

Art 41.1 De pensioenuitvoerder verstrekt degene die gewezen partner wordt en een aanspraak verkrijgt op bijzonder partnerpensioen:
a. een opgave van de opgebouwde aanspraak op partnerpensioen
b. informatie over toeslagverlening
c. informatie die voor de gewezen partner van specifiek belang is
Art 41.2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgave en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.

Toelichting: In de Memorie van Toelichting wordt vermeld dat indien geen aanspraak ontstaat omdat op risicobasis gefinancierd is, daarover wel informatie verstrekt wordt.

Art 42 Verstrekken informatie aan gewezen partner periodiek (miv 01012008)

Art 42.1 De pensioenuitvoerder verstrekt de gewezen partner wordt ten mnste één keer in de 5 jaar:
a. een opgave van zijn opgebouwde aanspraak op partnerpensioen op grond van artikel 41; en
b. informatie over toeslagverlening
Art 42.2 De pensioenuitvoerder informeert de gewezen partner binnen 3 maanden na een wijziging van het toeslagbeleid over de wijziging.
Art 42.3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgave en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.

Art 46 Informatie op verzoek (het artikel is gefaseerd in werking getreden)

Art 46.1 De pensioenuitvoerder verstrekt de gewezen partner op verzoek:
a. het voor hem geldende pensioenreglement
b. het jaarverslag en de jaarrekening van de pensioenuitvoerder
c. de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement
d. de voor hem relevante informatie over beleggingen en
e. informatie over andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen
Art 46.2 De pensioenuitvoerder verstrekt de gewezenpartner op verzoek informatie die specifiek voor hem relevant is, waaronder een indicatie van het mogelijk te breiken kapitaal op de pensioendatum bij premieovereenkomsten waarbij de premie wordt belegd en een indicatie van de hoogte van de in te kopen periodieke uitkeringen bij aanwending van het mogelijk te bereiken kapitaal bij kapitaalovereenkomsten en premieovereenkomsten.
Art 46.4 De pensioenuitvoerder verstrekt de in het eerste lid bedoelde informatie op verzoek ook aan vertgenwoordigers van gewezen partners
Art 46.5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in dit artikel bedoelde informatie en de wijze waarop deze wordt verstrekt.

Art 51 Pensioenregister

De pensioenuitvoerders richten een pensioenregister in dat uiterlijk op 1 januari 2011 operationeel is.

Art 57 Behoud aanspraak in geval van scheiding (miv 01.01.2007)

Art 57.1 Indien de partnerrelatie van een deelnemer eindigt door scheiding verkrijgt de gewezen partner van de deelnemer een zodanige aanspraak op partnerpensioen als de deelnemer ten behoeve van die gewezen partner zou hebben behouden indien op het tijdstip van scheiding zijn deelneming zou zijn beeindigd.
Art 57.2 Indien de partnerrelatie van een gewezen deelnemer eindigt door scheiding en de gewezen deelnemer ten behoeve van die partner een aanspraak op pensioen heeft behouden bij beeindiging van de deelneming gaat de aanspraak over op de gewezen partner van de gewezen deelnemer.
Art 57.3 Indien de partnerrelatie van een gepensioneerde eindigt door scheiding en de gepensioneerde ten behoeve van die partner een aanspraak op pensioen heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, gaat de aanspraak over op de gewezen partner van de gepensioneerde.
Art 57.4 Het eerste, tweede en derde lid vindt geen toepassing indien de partner bij voorwaarden in verband met de partnerrelatie of een schriftelijk overeenkomst met betrekking tot de scheiding anders overeenkomen. Deze voorwaarden of overeenkomst zijn slechts geldig indien de pensioenuitvoerder zich bereid heeft verklaard hiermee in te stemmen en bereid is een uit de afwijking voortvloeiend risico te dekken danwel het niveau van de uitkering aan te passen.
Art 57.5 Een gewezen partner met een recht op bijzonder partnerpensioen als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, heeft het recht dit te vervreemden aan een eerdere of latere partner van de overleden deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde, mits:
a. de pensioenuitvoerder bereid is een eventueel uit die overdracht voortvloeiende wijziging van het risico te dekken;
b. de vervreemding onherroepelijk is; en
c. dit wordt overeengekomen bij notarieel verleden akte.

Art 58 Gelijke behandeling bij toeslagen

Art 58.1 Indien een ouderdomspensioenrecht van een gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest wordt verhoogd door middel van een toeslag, wordt het ouderdomspensioenrecht van een gepensioneerde die wel gewezen deelnemer is geweest in dezelfde mate verhoogd indien zij indezelfde pensioenregeling hebben deelgenomen.

Art 58.2 Indien een recht op partnerpensioen van de partner van een overleden gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest wordt verhoogd door middel van een toeslag, worden de partnerpensioenrechten:
d. van de gewezen partners met een bijzonder partnerpensioen;
in dezelfde mate verhoogd, mits deze rechten voortvoeien uit een pensioenovereenkomst die gebaseerd is op dezelfde pensioenregeling als die van de overleden gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest

Art 58.3 Indien een ouderdomspensioenrecht wordt verhoogd door middel van een toeslag, wordt de aanspraak op ouderdomspensioen van een gewezen deelnemer die indezelfde pensioenregeling heeft deelgenomen in dezelfde mate verhoogd.

Art 58.4 Indien een aanspraak op partnerpensioen van een gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest wordt verhoogd door middel van een toeslag , worden de partnerpensioenaanspraken:
van de gewezen partner van de gewezen deelnemer met een bijzonder partnerpensioen;
in dezelfde mate verhoogd, mits deze aanspraken voortvoeien uit een pensioenovereenkomst die gebaseerd is op dezelfde pensioenregeling als die van de gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest

Art 58.5 Bij de verlening van toeslagen wordt geen onderscheid gemaakt tussen partners.

Art 60 Keuzerecht hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen

Art 60.1 Indien een pensioenregeling op basis van een pensioenovereenkomst voorziet in de opbouw van een ouderdomspensioen en een partnerpensioen, biedt de pensioenregeling aan de deelnemer of gewezen deelnemer met betrekking tot de periode van opbouw vanaf 1 januari 2002, ongeacht zijn burgerlijke staat, het recht in elk geval met ingang van de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan, inplaats van partnerpensioen te kiezen voor één van de volgende wijzigingen van het ouderdomspensioen:
een hoger ouderdomspensioen
een eerder ingaand ouderdopmspensioen
een hoger en een eerder ingaand ouderdomspensioen

Art 60.2 Het eerste lid is niet van toepassing op de aanspraak op bijzonder partnerpensioen van de gewezen partner

Art 60.7 Het vierde en vijfde lid zijn:
met betrekking tot uitkeringsovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd
met betrekking tot premieovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf
1 januari 2005 zijn opgebouwd.

Art 60.9 In afwijking van het zevende lid kunnen het vierde en vijfde lid van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2002 respectievelijk 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.

Art 61 Keuzerecht uitruil ouderdomspensioen in partnerpensioen

Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een ouderdomspensioen, heeft de deelnemer of gewezen deelnemer het recht, in plaats van ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen te kiezen voor partnerpensioen in elk geval:
bij beeindiging van het deelnemerschap; en
met ingang van de datum waarop het pensioen ingaat of kan ingaan, waarbij de hoogte van het partnerpensioen maximaal 70% bedraagt van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert.

Art 61.6 De in het eerste lid omschreven mogelijkheid heeft geen betrekking op het deel van een ouderdomspensioen waarop een recht op uitbetaling rust als bedoeld in artikel 2 van de Wet Vereveneing pensioenrechten bij scheiding.

Art 61.7 Indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het tweede lid in het laatste jaar voor de ingang van het ouderdomspensioen is aangeboden, gaat de pensioenuitvoerder over tot het uitruilen van het ouderdomspensioen in partnerpensioen indien:
de pensioenovereenkomst niet voorziet in een aanspraak op partnerpensioen vanaf de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat; en
de deelnemer of gewezen deelnemer gehuwd is of een geregisteerde partnerrelatie heeft.

Art 66 Afkoop klein pensioen bij beeindigde deelneming

Art 67 Afkoop klein partnerpensioen of wezenpensioen bij ingang (na overlijden)

Art 68 Afkoop klein bijzonder partnerpensioen bij scheiding (miv 01.01.2007)

Art 68.1 De pensioenuitvoerder heeft jegens de gewezen partner het recht om een aanspraak op bijzonder partnerpensioen af te kopen indien de uitkering van het partnerpensioen op jaarbasis op de ingangsdatum minder zal bedragen dan het op basis van art 66 bepaalde bedrag, tenzij dit recht op afkoop in de pensioen-en uitvoeringsovereenkomst is bepekrt of uitgesloten.
Art 68.2 De pensioenuitvoerder die gebruik maakt van het in het eerste lid bedoelde recht informeert de gewezen partner hierover binnen 6 maanden na de melding van de scheiding en gaat binnen die termijn over tot uitbetaling van de afkoopwaarde aan de gewezen partner.
Art 68.3 De pensioenuitvoerder kan na de in het tweede lid bedoelde termijn afkopen indien:
a. de gewezen partner daarmee instemt; en
b. indien de hoogte van het partnerpensioen op jaarbasis per 1 januari van dat jaar lager is dan het op basis van artikel 66 bepaalde bedrag

Art 83 Bevoegdheid tot collectieve waardeoverdracht op verzoek werkgever

Art 83.1 De pensioenuitvoerder is op verzoek van de werkgever bevoegd tot collectieve waardeoverdacht.
Art 83.2 Bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in het eerste lid wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de gewezen partners hebben geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen schriftelijk zijn geinformeerd.

Toelichting: Gewezen partners hoeven alleen geinformeerd te worden als de aanspraken op bijzonder partnerpensioen ook worden overgedragen.